DNS/DHCP installatie/configuratie op een Netware server

In het kort

Het opzetten van DNS/DHCP op zich is niet ingewikkeld. Echter zijn er een aantal zaken waar rekening mee gehouden moet worden, anders gaat het geheel niet werken.

In het kort komt het er op neer dat we er rekening mee moeten houden, dat de DNS-server (named.nlm op de Netware server) eerder wordt geladen dan de DHCP-server (dhcpsrvr.nlm). Als de DNS-server namelijk nog niet in de lucht is, neemt de DHCP-server deze niet mee in de configuratie, en krijgen clients geen DNS-server adres mee in de configuratie. De DNS/DHCP server wordt gestart nadat het netwerk in de lucht is gebracht, maar voor dat bijvoorbeeld BorderManager wordt gestart.


Installatie

Zorg dat ten eerste DNS/DHCP is geïnstalleerd op de Netware-server, en dat het NDS-schema is uitgebreid. Dit is al gebeurd wanneer DNS/DHCP is geïnstalleerd tijdens de installatie van de server.

Vervolgens gaan we de DNS/DHCP server instellen met de daarvoor bedoelde DNS/DHCP Management Console. Deze moet eerst op een werkstation worden geïnstalleerd, en is te vinden op de server, in sys:\public\DNSDHCP.


DNS

Start de DNS/DHCP Management Console, en open het DNS-Service scherm (standaard wordt deze al als eerste geopend). Klik op de Create-knop () Maak nu een DNS Server aan, kies een server uit de NDS, en geef deze een gepaste hostnaam. Dit mag de zelfde naam als de servernaam zijn, maar mag ook totaal anders zijn. De keuze is aan jou. Hiermee geven we dus eigenlijk aan welke server de DNS service gaat hosten.

Maak nu een zone aan, door wederom op de create-knop () te klikken. Kies voor 'Create New Zone', om een domeinnaam toe te voegen aan de DNS server. Geef bij NDS Context aan waar je het NDS object voor deze zone wilt plaatsen, en geef bij Zone Domain Name aan om welke domeinnaam het gaat (bijvoorbeeld novell.com, of bedrijf.nl). Kies onder 'Assign Authoritative DNS Server' de server die we zojuist hebben aangemaakt. De 'Hostname' en 'Domain' velden worden hiermee automatisch ingevuld. Klik nu op 'Create', om de Zone aan te maken.

Onder deze zone, kunnen wij nu zgn. 'Resource records' aan gaan maken. Een Resource Record is in feite een verwijzing naar een computer of service. We kunnen bijvoorbeeld een RR aanmaken, genaamd 'ngwnameserver', en deze verwijzen naar het ip-adres van de GroupWise server. Een client hoeft nu niet het ip-adres van deze sever te onthouden, maar kan gewoon ngwnameserver invullen. De DNS server verwijst de client dan automatisch naar het ip-adres van deze server.

Selecteer een zone, en klik op de create-knop (). Kies voor het maken van een A record (A staat voor Adress). Vul onder 'Owner Name' de naam van de service in, in ons geval 'ngwnameserver', en vul als ip-adres het adres van de GroupWise server in. Dit kun je ook herhalen voor andere pc's die op naam aangesproken moeten kunnen worden.

Start named.nlm op de server console. De DNS-server is nu actief.


DHCP

Start de DNS/DHCP Management Console, en open het DHCP-Service scherm door bovenin het scherm op de bijbehorende tab te klikken. Klik op de create-knop () Kies 'DHCP Server', selecteer de server uit de NDS welke de DHCP-server gaat hosten, en kies 'Create'. Er is nu een DNS-server object aangemaakt.

Klik nogmaals op de create-knop ().
Kies 'Subnet' en kies vervolgens een Subnet Name. Dit is om het NDS-object te kunnen benoemen. Selecteer de NDS context waarin het object moet komen te staan. Vul een Subnet adres, en een Subnet mask in. Ik koos voor 192.168.120.0 / 255.255.255.0, zodat ik alle adressen van 192.168.120.1 t/m 192.168.120.254 kan gebruiken. Kies een Default DHCP Server. Waarschijnlijk staat de server die we zojuist hebben aangemaakt al ingevuld. Klik op Create om het subnet aan te maken in de NDS.

Klik op het subnet, en open de tab 'Addressing'. Vul hier de DNS Zone en Domain name in.

Open de tab 'Other DHCP Options'. Klik op 'Modify'. Je krijgt nu een venster met 'availabe' en 'selected' DHCP options. Kies code 6 (Domain Name Server) en klik op Add. Klik in het venstertje daaronder op 'Add', en vul het IP adres in van de DNS server. Eventueel kun je hier meerdere DNS-servers opgeven. Klik op de create- knop (), en kies voor Subnet Address Range. Geef deze range een naam, en kies een start en stop adres. Ik kies voor 20 als start adres, en 250 als eindadres. Zo hebben we 1 t/m 19 en 251 t/m 254 nog over voor servers en services. Nu maken we een subnet pool aan. Klik wederom op de create-knop (), en kies 'Subnet Pool'. Geef ook deze pool weer een naam, zodat je hem in de NDS kan terugvinden, en kies de context waarin het object geplaatst dient te worden. Klik vervolgens op Create. Selecteer de zojuist aangemaakte pool, en klik op 'Add'. Selecteer nu het subnet dat door deze pool gehost moet worden.

Start nu dhcpsrvr.nlm op de server console.


Testen of alles werkt

Om te testen of alles werkt zoals het zo moeten, is het handig om een werkstation of volledig opnieuw op te starten of om 'ipconfig /release' gevolgd door 'ipconfig /renew' in te tikken in een dos-prompt. Vervolgens in een dos-prompt 'ipconfig /all' in tikken om te kijken of we een ip-adres hebben gekregen in de hierboven gemaakte range, en of de dns-server wordt aangegeven. De DNS server kunnen we testen door even een ping-opdracht te geven naar een a-record, bijvoorbeeld ngwnameserver, of ngwnameserver.domeinnaam.nl


Meer instellingen

Uiteraard zijn er nog veel meer zaken in te stellen, zo kun je naast A-records in de DNS ook andere typen resource records aanmaken. Je kunt bijvoorbeeld een MX-record (staat voor Mail eXchange) aanmaken, waarin je aangeeft wat het adres van je mailserver is. Bij de DHCP kun je bijvoorbeeld naast een DNS-server ook aangeven wat het ip-adres van je router (default gateway) is, en extra dns-servers toevoegen, zodat de client ook meteen contact kan leggen met het Internet.